zaterdag 30 oktober 2010

Nieuwe visitekaartjes





We liepen al een tijd rond met een proefversie van onze visitekaartjes, maar sinds vorige week kunnen we deze eindelijk inruilen tegen de officiële versie! Twee dagen na de bestelling bij oble.nl hadden we maar liefst 1000 visitekaartjes in onze handen (400 gram glossy papier voor wie nieuwsgierig is). 

De zwarte visitekaartjes zijn precies zoals verwacht, de roze helaas een stuk donkerder. We wachten nog even af of daar iets aan gedaan kan worden. Maar hoe dan ook zijn we voorbereid op uitgebreide netwerksessies!

woensdag 27 oktober 2010

We Like the Look of Lookalikes

Geschreven door gastblogger drs. Eefje van Woerkom, onderzoeksmedewerker Radboud Universiteit Nijmegen
Is het je wel eens opgevallen dat honden vaak op hun baasje lijken (of dat, ietwat oneerbiediger gezegd, baasjes vaak op hun hond lijken)? Ga maar eens een uurtje in het park zitten en kijk wat voor passende baas-hond combinaties er te zien zijn! Toeval? Ik denk het niet. Sterker nog, sinds kort wéét ik van niet! Het Engelse woord lookalike krijgt een geheel nieuwe, zeer passende betekenis in het licht van wetenschappelijk onderzoek naar aantrekkingskracht. Want of we nou tevreden zijn met ons uiterlijk of niet: we vinden mensen (en blijkbaar dieren) die op ons lijken aantrekkelijker dan mensen die niet op ons lijken.
Aantrekkelijke gezichten
David Perrett is pionier op het gebied van onderzoek naar gezichtsgelijkenis en aantrekkingskracht. Hij vond dat wanneer hij zijn proefpersonen foto’s liet zien van gezichten die ‘gemengd’ (gemorfd) waren met eigenschappen van zijn of haar eigen gezicht, deze een stuk aantrekkelijker beoordeeld werden dan  wanneer de gezichten gemorfd waren met andere gezichten. Hoe groter het percentage ‘eigen’ gezichtseigenschappen van het gemorfde gezicht, hoe aantrekkelijker de proefpersonen het gezicht beoordeelden. Echter, wanneer ze gevraagd werden of hen iets was opgevallen, bleek dat geen van de proefpersonen zich bewust was van de manipulatie!
Gelijkenis tussen partners
Uit onderzoek in de jaren ’80 is al gebleken dat partners in langdurige relaties meer dan gemiddeld veel op elkaar lijken. De cruciale vraag is echter: zijn deze partners mettertijd meer op elkaar gaan lijken vanwege gedeelde ervaringen, of zijn ze juist lang bij elkaar omdat ze op elkaar lijken? Interessante materie, want de tweede verklaring zou stellen dat mensen die op elkaar lijken een hogere relatietevredenheid hebben. Deze stellen blijven immers langer bij elkaar.
Productontwikkelingsbureau Synz ontwikkelde een applicatie die gezichten op basis van foto’s op meer dan 1000 punten vergelijkt. In hoeverre de gezichten overeenkomen wordt weergegeven in een percentage. Het idee van de applicatie is gebaseerd op de hypothese dat mensen die op elkaar lijken een hogere relatietevredenheid hebben. De ultieme test van de applicatie moet nog komen en aan deze gastblogger de eer om dit onderzoek op te zetten en uit te voeren!
Doe ook mee!
Geintrigeerd en benieuwd naar het overeenkomstpercentage tussen jou en je partner? Als jullie tussen de 1 en 10 jaar bij elkaar zijn, dan kan dat! Maak twee frontale foto’s van jou en je partner en stuur ze op naar partneronderzoek@psych.ru.nl. Vervolgens krijg je een mail met een link naar een paar korte vragen die je samen met je partner invult.. Na afloop van de studie word je op de hoogte gesteld van jullie overeenkomstpercentage en de resultaten van het onderzoek!

maandag 25 oktober 2010

Vloek niet, gvd!

De bond tegen het vloeken zal bij de meeste mensen niet top-of-mind zijn (of misschien dat er nu zelfs grote vraagtekens boven je hoofd verschijnen), toch is de kans groot dat we een keer een poster van deze bond hebben gezien. Zo fietste ik een tijdje terug langs een enorm billboard met daarop onderstaande poster.

We snappen het niet
Nu lijkt de poster in eerste instantie prima; niets raars aan te zien. Toch blijkt uit psychologisch onderzoek dat deze poster zijn doel, namelijk het verminderen van vloeken, niet behaalt. De oorzaak: de boodschap op de poster is te ingewikkeld. Zo heb ik als een complete idioot heel lang nagedacht over de twee woorden: vallen en breken. Ik mag dan blond wezen, maar deze keer heeft het niks met mijn haarkleur te maken (althans, dat hoop ik...). De boodschap op de poster is gewoonweg te ingewikkeld om het gewenste effect te bereiken. Sterker nog: ik denk zelfs dat de poster het tegenovergestelde effect kan bereiken omdat we onze omgeving vooral op een onbewust niveau verwerken.

Ons zeer alerte onbewuste
Neem bijvoorbeeld een druk feest. Je hebt net een leuk gesprekje aangeknoopt en concentreert je volledig op wat die ander zegt. Ondertussen worden alle andere gesprekken om je heen gereduceerd tot achtergrondgeluid. Totdat iemand ineens je naam noemt. Hoe interessant je gesprekspartner ook is, je aandacht zal getrokken worden naar dat andere gesprek. Op een bewust niveau kon je dit gesprek eerder niet volgen -het was achtergrondlawaai- maar je onbewuste was ondertussen wel aan het opletten. Dit noemen we ook wel het cocktail party effect.

Hartstikke handig natuurlijk zo’n alert onbewuste, nu kunnen we lekker achteroverleunen totdat er iets relevants voorbij komt! Maar helaas: ons onbewuste is toch niet zo superieur. Het kan bijvoorbeeld niet omgaan met complexe zaken zoals ontkenningen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat ons onbewuste ‘geen bom’ reduceert tot ‘bom’.

Het tegenovergestelde effect
Je raadt het al: wanneer er op een poster van de bond tegen het vloeken ‘vloek niet’ staat, pakt ons onbewuste enkel het woord ‘vloek’ eruit. Niet zo handig aangezien de bond ons op deze manier primed met het woord ‘vloeken’. Door deze priming wordt dit woord cognitief actief gemaakt, tezamen met alle andere (waarschijnlijk niet al te beste) associaties die we met dit woord hebben. Kortom: de bond tegen het vloeken zorgt er juist voor dat de kans dat we gaan vloeken groter is in plaats van kleiner. De ironie!

woensdag 20 oktober 2010

Nieuwe folder Other[w]eyes!

We hebben al een folder gepost waarin onze workshops beschreven staan (klik hier). Maar uiteraard mag een info folder over de service van Other[w]eyes niet ontbreken!

maandag 18 oktober 2010

Een verklaring voor de wachttijd in het ziekenhuis

Laatst was ik ter ondersteuning met mijn tante mee naar het ziekenhuis. We hadden een afspraak bij route 380. Dat is geen highway in de VS, maar een route in het UMC St Radboud, die leidt naar de spataderpoli. Toen mijn tante en ik bij de wachtruimte aankwamen, leek het net of we in een bejaardencentrum terecht waren gekomen. Er zaten welgeteld 22 bejaarde heren en dames in de wachtkamer. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar mijn tante was al niet blij met haar kwaal en toen ze daar binnenstapte voelde ze zich ook nog eens twee keer zo oud.
Priming
Het ging allemaal erg langzaam op de poli. Wanneer een arts zijn patiënt kwam halen, stond deze heel voorzichtig op, greep de rollator en liep dan stapje voor stapje mee naar de kamer van de dokter. “Ken je dat experiment met die bejaarden?" vroeg ik mijn tante. Het experiment gaat over priming. Priming betekent dat iets in je omgeving een bepaald concept in je brein activeert. De activatie van dat concept heeft vervolgens effect op je emotie, cognitie en gedrag. Er worden voortdurend concepten geactiveerd die ons gedrag beïnvloeden, zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Waar krijg je zin in bij de geur van verse koffie? Juist, koffie.
Experiment met bejaarden
Bij het experiment met de bejaarden deden studenten mee aan een taak in het onderzoekslab. In de taak kregen ze verschillende foto’s te zien. Bij de ene groep waren dat foto’s van mensen van middelbare leeftijd en bij de andere groep foto’s van bejaarden. Zoals vaak bij experimenten ging het de onderzoekers niet om de taak. Het ging om het concept dat de foto’s zouden activeren. De verwachting was dat het zien van bejaarden het concept “langzaam” zou activeren. Na afloop van het experiment werd namelijk gemeten hoeveel minuten het de deelnemers kostte naar de uitgang van het lab te lopen. Wat bleek nu? Deelnemers die foto’s van bejaarden hadden gezien liepen langzamer naar de uitgang, dan de controle groep!
Wachttijd op de poli
Dus alleen al door het zien van foto’s  van bejaarden, gaan mensen langzamer lopen. Wat zou het effect zijn van tientallen bejaarden op de medewerkers op een poli?  Zou de arts langzamer lopen en de assistente langzamer typen? Mogelijk gaat er veel tijd verloren, doordat het (loop)tempo op de poli vertraagd is. Wat kunnen we doen om te zorgen dat deze vertraging opgeheven wordt? Kijk, dat zijn nu onderwerpen waar wij onderzoek naar kunnen doen. Op mijn tante en mij heeft het waarschijnlijk weinig effect gehad, want wij wisten niet hoe snel we daar weg moesten zijn.  

woensdag 13 oktober 2010

And the nominees are...

Hoe kunnen managers gebruik maken van kennis over gedragsbeïnvloeding?
Dit was de grote vraag die de organisatie van het Management café in Den Haag ons stelde. Gisteren namen ongeveer 70 managers van Belastingkantoor Haaglanden deel aan onze workshop Met Andere Ogen: Willen, durven en geloven. In deze workshop gaan we in op weerstanden en hoe je daar effectief op inspeelt. * In de workshop beloofden we de deelnemers een blog te schrijven over een onderdeel dat we niet plenair hebben besproken. Bij deze dus!
Mobiliteit bij de Belastingdienst
Tijdens de workshop hebben we de deelnemers op verschillende manieren aan het werk gezet. Het is tenslotte een ‘work’ shop. De opdracht die we in deze blog bespreken, heeft te maken met mobiliteit: een hot item binnen de Belastingdienst. Zesduizend medewerkers kregen vorig jaar een brief met het vriendelijke verzoek ogen en oren op te houden voor een andere baan binnen of buiten de dienst. Dat is nogal wat…

Hoe krijg je mensen in beweging?
In de wandelgangen merkten wij dat medewerkers niet echt in beweging kwamen. Velen dachten dat het wel over zou waaien of zo’n vaart niet zou lopen. Een van de weerstanden die hier een rol speelt, heet: inertia. Iemand met inertia is het niet perse oneens met je, diegene kan het zelfs helemaal met je eens zijn, maar het probleem is dat diegene niet in beweging komt. Als medewerkers ja zeggen, maar blijven zitten waar ze zitten, heeft de Belastingdienst natuurlijk wel een serieus probleem.
Een van de technieken om inertia weg te nemen, is gebruik maken van sociale bewijskracht (zie de blog van 4 oktober). Het principe betekent dat we naar anderen kijken in onzekere situaties. De brief over mobiliteit leidt tot een onzekere situatie voor medewerkers. Je kunt dus verwachten dat mensen naar elkaar kijken om te zien wat het juiste gedrag is. En wat zagen wij tot onze grote verbazing? Artikelen over mobiliteit hebben koppen die een negatieve sociale bewijskracht tonen, bijvoorbeeld: de mobiliteit komt moeilijk op gang. Ai!
Creatieve koppen
Dat kan veel beter! Om die reden hebben we de deelnemers van de workshop uitgedaagd creatieve krantenkoppen te bedenken voor een artikel over mobiliteit. Daarbij was het de bedoeling dat de krantenkop ervoor zorgt dat medewerkers wel in beweging komen. Tijdens de oefening zelf zagen we trouwens ook het effect van sociale bewijskracht. Toen we mensen vroegen naar voren te komen, bleef het even stil. Mensen keken elkaar een tijdje aan. Pas toen een paar mensen het voortouw namen, volgde de rest ook. In totaal hebben we 13 krantenkoppen verzameld.
And the nominees are… *tromgeroffel*
Uiteraard in willekeurige volgorde:
  • Nooit gedacht dat het zo leuk kon zijn!
  • Neem een voorbeeld aan Will, doe wat je wil!
  • Wat heeft deze mensen bewogen?
  • Medewerkers van hoog tot laag, grijpen hun kans!
  • Al 50 ex collega’s nog blijer in een nieuwe baan.
Stel dat jij een medewerker bent bij de Belastingdienst…
Welke krantenkop zou jou dan het meeste aanspreken? Je stemt gemakkelijk door meteen een mailtje te sturen naar info@otherweyes.nl met daarin jouw voorkeur. Aan de genomineerden de vraag je naam en bijbehorende krantenkop te mailen naar hetzelfde adres. Eind oktober sluiten we de stemming en maken we de winnaar bekend op deze plaats!
*Ook interesse in een workshop bij jouw bedrijf? Stuur een mailtje naar info@otherweyes.nl en we sturen je vrijblijvend meer informatie.

maandag 4 oktober 2010

Sociale bewijskracht op het CDA congres

Afgelopen zaterdag vond het CDA congres plaats. De live uitzending trok een recordaantal kijkers, tijdens de stemming maar liefst 1,4 miljoen. Het was dan ook erg spannend: zou het congres voor of tegen kabinetsdeelname stemmen?

De stemming
Aan het eind van een lange dag zaten ruim 4000 leden met rode wangen van de warmte en vermoeidheid klaar voor de stemming. Hier waren ze voor gekomen…

De procedure van de stemming zorgde voor een boel verwarring. Er werden verschillende resoluties voorgelegd aan het congres. De formulering was niet altijd even duidelijk, bijvoorbeeld: “Deze resolutie is eigenlijk het tegenovergestelde van de vorige, bent u voor of tegen?”. Bovendien was er gedoe met gekleurde stemkaarten: “Is dit nou paars?”. Kortom, er was veel onduidelijkheid over de stemming en de leden waren uitgeput van de lange dag. Mogelijk heeft dit effect gehad op het stemgedrag.


Uitputting en sociale bewijskracht
“Om een goede beslissing te maken, moet je uitgerust zijn” stellen we in onze blog van 13 september. Bij uitputting hebben mensen niet genoeg cognitieve capaciteit om een bewuste afweging te maken van het juiste gedrag.
Wanneer mensen niet goed weten wat ze moeten doen, kijken ze naar anderen om te bepalen wat het juiste gedrag is in een bepaalde situatie. We zijn dan sterk geneigd de meerderheid te volgen. Dit principe noemen we in de psychologie: sociale bewijskracht. Zo bleek uit onderzoek bijvoorbeeld dat wanneer één iemand op straat omhoog keek, slechts 15% van de passerende mensen dit ook deed. Wanneer echter vijftien mensen omhoog keken, deed 85% van de passanten dit ook. Je komt principe overal tegen. Als je bijvoorbeeld in de trein niet weet aan welke kant het perron komt, ga je staan aan de kant waar al anderen staan. Het algemene gedachtegoed hierbij is: “als iedereen het doet, zal het wel juist zijn om het ook te doen”.

Effecten op het CDA congres
De uitslag van het congres was 68% voor en 32% tegen. Doordat de stemming met gekleurde kaarten gedaan werd, konden mensen makkelijk zien wat de meerderheid deed. Het kan dus zijn dat mensen bij de stemming hun beslissing hebben gemaakt op basis van sociale bewijskracht. Dit kunnen we natuurlijk niet met zekerheid bepalen.
Om te zorgen dat mensen een bewuste afweging maken, is het belangrijk dat mensen uitgerust zijn. Een lange en emotionele dag is geen goede basis voor een stemronde. Beter was het geweest deelnemers een nachtje te laten slapen over hun keuze. Uit vele onderzoeken is gebleken dat mensen dan een betere keuze maken (zie blog 13 september). Ook kunnen stemkastjes bijdragen aan het voorkomen van sociale bewijskracht, omdat mensen dan hun eigen keuze moeten maken.